Jubileumboek 10 jaar


Inhoud Rugby Club West Friesland 1972 – 1982

VOORWOORD

Het is voor mij een groot genoegen om na tien jaar rugby het voorwoord te mogen schrijven in het jubileumblad. Het is niet gemakkelijk om
dat te doen want er is al zo veel gezegt en geschreven over de club. Er is in die tien jaar ook het een en ander gebeurd, mooie dingen beroerde dingen.

Gelukkig is er altijd een kern gebleven van mensen met inzet en die de draad weer oppakten waardoor de club ondanks dieptepunten door is blijven draaien.

Ik wil hier beslist geen namen gaan noemen want dan vergeet ik er vast wel een paar en daarbij komt dat de een meer heeft gedaan dan de ander.
Dat neemt niet weg dat de geen die wat minder gedaan heeft op zijn manier dat toen wel voor honderd procent gedaan heeft. Ik ben elke keer
trots als ik een dag meemaak dat alle teams spelen of als er een buitenlands team over is en je ziet dan hoeveel plezier deze mensen hebben en dat dit is mogelijk gemaakt door de opzet en doorzettingsvermogen van een paar mensen. En ook dat er door samenwerking en inzet heel wat is te bereiken. Verdere verhalen en geestigheden vindt u binnen in het blad. Ik wens een ieder veel leesplezier en als je de oude verhalen leest, bedenk dan dat je als nieuwkomer over tien jaar ook kunt praten over hoe het vroeger was. En bedenk dan ook als je terug kijkt dat het vroeger altijd leuker was dan nu. Maar denk dan ook het NU is het vroeger van later

uw voorzitter

Henk den Boer


10 jarig jubileum Rugby Club West-Friesland 1972-1982



Redaktie:
Gerard Koen.
Annet de Haas.

Inhoudsopgave:
Ere lid H. Sikkens. Oprichter Rugby Club West-Friesland.

Enkele reacties.
Dhr. Sikkens.
Vic en Annelies Wijnberg.
Jan Vlaskamp.
Redge Cureton.
John Dudink.
John Drinkhill.
Albert Jonker.
Henk den Boer.
Lou Neefjes.

Bij deze bedankt de redaktie al diegene die zijn medewerking hieraan heeft gegeven, en wenst iedereen twee heel plezierige dagen en nog vele jaren al dan niet spelend bij Rugby Club West-Friesland.

De redactie


Dhr. Sikkens

Ingezonden door oprichter van “Rugby Club West-Friesland” ,

Dhr Sikkens.

‘t Is al weer tien jaar geleden dat ik aan een journalist van het Dagblad vroeg eens een berichtje te plaatsen met een oproep
voor rugby liefhebbers.

En op een avond in April of Mei kwamen vier heren bij mij thuis. Het was snel een duidelijke zaak. Ze waren niet meer tegen te houden.

Ze hebben nog een sluikse poging gedaan mij voorzitter te maken. Nu ben ik er des temeer van overtuigd dat dat een onvergevelijke fout
van mij zou zijn geweest, daarop in te gaan.
Toen ze weg gingen stond er niets op papier, geen afspraken gemaakt over funkties etc. maar ik wist het: de “R.C.W.F.” bestond, dat kon niet
missen.

En zo was het. Ongelooflijk wat die jongens gepresteerd hebben, een vuur dat nu nog moet branden in de club.
De pers heeft de feitelijk geschiedenis voldoende belicht, het zou overbodig zijn dat nog eens te doen.
Maar laat ik dit vaststellen. Dat de R.C.W.F. nu tien jaar bestaat, niet alleen een kwestie van betere materi?e voorzieningen zoals velden
en accomodatie geweest, maar vooral en bovenal een kwestie van mentaliteit Zoiets bestaat nog!!!!!

Dat is een waarborg voor de toekomst!

Proficiat R.C.W.F. !

Dhr. Sikkens.


Vic en Annelies Wijnberg


Ingezonden stuk van twee mensen die al deze jaren altijd erg nauw bij R.C.W.F. betrokken zijn geweest en veel voor de club gedaan hebben. Vic en Annelies Wijnberg.

Bron: “de scrum” 2e LUSTRUM 2-5-1972 — 2-5-1982

Zondagmorgen, januari 1973, 2 graden.

De koffie bij Jan en Noor, vergezeld gaand van goede adviezen, is bijna op. De spelers, nog even natellen of we er wel vijftien hebben, maken zich klaar voor vertrek naar het Zwarte Pad. Jan, Vic, Dirk en anderen laden de kratten, dozen, butogasflessen,
soep, ballen, schragen, dakzeil, vorkjes en bekertjes in de auto van Vic.
Wacht even, bijna de flessenopener vergeten. Daar gaan we dan. Terwijl de spelers zich verkleden wordt de kraam opgezet. De gehaktballen in de jus gaan op een gaspit en de pan met erwtensoep van Toos op de andere. Het gas moet goed in de gaten worden gehouden vanwege de wind maar voordat alles echt héét is, melden zich de eerste klanten al. De frisdrank en het pils loopt nog niet hard maar hopelijk komt dat later. De wedstrijd kan beginnen, de toeschouwers worden steeds kouder evenals de kraamhoudsters Noor en Annelies. Gelukkig lossen Toos en Rina hen regelmatig af, als ze teminste niet druk bezig zijn met het corrigeren van de scheidsrechter, die begane fouten tegen hun “kleine Corfl, weer niet gezien heeft.
De verkoop loopt lekker, alles kost een gulden en die meneer met die tor in zijn gehaktbal moet niet zeuren, men moet iets over hebben voor het goede doel.
Tijdens de pauze begint ook de pils verkoop te lopen, helaas blijft de frisdrank wat achter, misschien is het te koud vandaag, maar dat wordt gewoon voor een volgende gelegenheid bewaard.
Het spel wordt weer hervat en van de koude maar dappere toeschouwsters vangen we de volgende uitspraken op;

” Zeg Ien, Henk knapt zowat uit zijn broek maar hij is wel erg sterk.”
” Zou Jan K. nou echt geen clubbroek hebben en een paar bij elkaar kleurende sokken?”
” Kijk daar gaat Corry, hij is nog erg smalletjes en klein maar razendsnel. ”
“Jan V’ s inzet is weer prima maar moet al dat vloeken en tieren nou?”
“Hup Bob W., steunen die man!”



Actie foto RCWF met onderandere enkele leden van het eerst uur; Lou Neefjes,John Dudink,Dirk Ridder, Cor Zwitser,Ap Jonker en Jan Baart.

” Die Jan B. vangt slecht maar het blijft een spetter.”
” Polo/Jan de H. flitst weer over het veld maar kijk, Dirk R. en Luc L. zijn weer aan een opzetje bezig, als de scheidsrechter het maar niet ziet.”

” Wat heeft die Jan de B. een commetaar daar langs de lijn, laat hij- dan zelf meedoen. Oh! Hij is nog geen lid van onze club ook.”

” Trouwens het is duidelijk dat Reg C. en John D. meer spelinzicht hebben en de regels beter kennen dan de anderen.”
” Je kunt wel zien dat Lou N. regelmatig op trainen komt.
“Hans P. is als laatste man niet te passeren en vangen dat hij kan.” ” Ja hoor, weer een wedstrijd gewonnen, maar waren we maar met dertien man?”

Helaas is er maar één douche en is het kleedhok zo klein dat niet iedereen erin kan, dit komt echter de kraam weer ten goede.
De ballen zitten nu half vast in de ingedikte jus maar vinden toch gretig aftrek, de soep is op maar het pils vliegt de tent uit.
Ook vandaag krijgen we weer opvallend veel fooien, ook van de tegenpartij die het initiatief om zo de clubkas wat te spekken, duidelijk
waarderen.

Even wat kinderen inschakelen om de rondslingerende flesjes en bekertjes te verzamelen, uiteindelijk hebben we niet voor niets een afvalbak te verzamelen, uiteindelijk hebben we niet voor niets een afvalbak bij ons.
Na een half uur is iedereen zover, we pakken de kraam in; er is alleen wat frisdrank over, en zoeken, bij gebrek aan een clubhuis, de warmte van het café aan de Bierkade op.
Er wordt veel gezongen door RCWF dankzij de inzet van John D. en -Jan V. waar een speler van de tegenpartij zelfs zijn broek bij uittrekt.
Uiteindelijk is er ruim honderd gulden overgebleven voor de kas, mogenlijk eindelijk een nieuwe bal?
Daarna, warm, wat aangeschoten maar dik tevreden naar huis.

Veel geluk RCWF, en nog vele jaren.

Vic en Annelies Wijnberg.






Jan Vlaskamp

De beste wedstrijd

Hoewel een aanhef als deze natuurlijk vrij betrekkelijk is, kan ik toch wel zeggen dat de meest enerverende wedstrijd, die ik RCWF ooit heb zien spelen de wedstrijd tegen de Adelborsten was, seizoen 75-76 in Den Helder.
Ikzelf liep toen met een pen in mijn schouder, zodat ik slechts wat training kon geven en aanmoedigingen tijdens een wedstrijd langs de kant en hoewel ik best kan schreeuwen, speelde ik toch liever.
We vertrokken te laat uit Hoorn, zoals gewoonlijk, en met een man minder, omdat er iemand vergeten was dat het zondag was. En omdat niemand precies wist waar het veld was, kwamen we ook te laat in Den Helder.
De eerste helft was redelijk hard, maar door het lange wachten in.’Hoorn, de man minder en dat haastige omkleden, geen goede warming-up enz, kwam de RCWF niet in zijn gebruikelijke spel; dat was in die tijd, meteen er bovenop, schoffel je tegenstander meteen onder het gras, bal of geen bal , hoewel in het laatste geval je moet wachten tot je op de helft van de tegenstander bent, omdat je geheid een kick tegen krijgt, Voordeel was, dat je tegenstander de hele wedstrijd wat ontregeld rondliep op het veld en liever de bal meteen weer afgaf aan een maatje, zonder op jouw volgende tackle te wachten.
We gingen de rust in met twee tries tegen en twee man minder, John Drinkhill met een gebroken vinger en Hans Paalman met een kapotte rug. Tijdens deze rust kwam de trainer van de Adelborsten, een hoge marine-piet vol trots vertellen dat “zijn boys” de moves zoals die waren uitgevoerd voorafgaand aan de twee tries nu maandenlang hadden geoefend en dat ze het werkelijk nu echt onder de knie hadden.
Beide tries waren gemaakt via een dummy van de fly half en de full back opkomend als extra man in de line en dat liep inderdaad goed. Maar ik stond wat binnensmonds te mompelen van sodemieter toch op met je kloteverhalen sijkerd en nog wat meer van dat fraais, want ik had er flink de schurft over in, om met een achterstand van
8 – 0 en drie man minder de tweede helft te beginnen.
Maar wat voor een tweede helft, het was alsof de twaalf overgebleven spelers van RCWF nu eindelijk wat ruimte hadden, om hun vleugels uit te slaan. Wat een vechtersmentaliteit, wilskracht en doorzettingsvermogen werd er op de grasmat ten toon gespreid, werkelijk ongelooflijk. Als leeuwen werd om elke bal om elke meter grond gevochten, de Adelborsten wisten gewoon niet hoe ze het hadden. En de beloning kwam halverwege de tweede helft, we kregen onze eerste zwaarbevochten try, hoewel de tegenstander hier niet echt ongerust van werd; ze hadden dire man meer in het veld en de stand was nog 8-4 in hun voordeel. En er kwamen genoeg moeilijke momenten voor RCWF, éénmaal bijna een try, maar Paul Murray kwam met een ongelofelijke spurt over de halve lengte van hef veld aanrennen en met vliegende tackle verhinderde hij de try, op centimeters voor de try-line. De tackle was werkelijk zwiepend uitgevoerd, alsof Paul het zwembad wilde induiken en eerlijk is eerlijk, ik had de try al geteld. Gelukkig dacht Paul er anders over en terecht.
Wat een poweruitbarsting was dat. Maar zo ging de hele tweede helft, knokken, puur rammen (in de goede zins des woord) altijd iemand klaar om de bal over te nemen, of te helpen of te stoppen. Het was een genot om naar dat volhouden en fel op de bal zitten te kijken, maar we stonden nog wel met 8-4 achter en de wedstrijd spoedde zich naar het einde.
Nou hadden we de vorige dag, tijdens de training van zaterdag op het zwarte Padje, voor het eerst met John Dudink als nummer Acht een blind side move geoefend, vanuit een (five-yard) scrum de bal winnen, scrumhalf maakt wat beweging zonder bal, achtste man pikt bal op, schuiert langs de blinde kant, eventueel geholpen door
blind side flanker aan veldkant winger aan line-kant. Krijgen we inderdaad een vijf of ten yard scrum (ik heb het in mijn enthousiasme niet goed onthouden),
John pikt de bal uit de gewonnen scrum, verneukt een paar Adelborsten en drukt een puur goede try. De conversie van Jan Baart was niet minder mooi. Nou we wonnen met 8-10 en werkelijk, het veld was te klein na afloop.
Tijdens het biertje na de wedstrijd in de officiersmess van de marine was de bar ook te klein, iedereen had zich wezenloos geknokt en met pure wilskracht en positieven inzet gewonnen. Toen later die hoge marine-piet-trainer me een biertje aanbood, en me feliciteerde (ik had geen strot meer over en alle filmpjes waren verschoten), kon ik het niet nalaten om hem te vragen wat hij van die laatste blind-side move vond.

Nou hij vond het wel goed, maar met een zuur gezicht alsof hij net in een hoop strond was gestapt. En toen moest ik hem wel even vertellen, dat mijn “boys” geen maanden nodig hadden, om een paar slimme moves te leren, want dat we die blind side grap net de dag tevoren hadden geoefend, Ik weet niet meer wat die man me toen allemaal toewenste en ik heb ook geen biertje meer van hem gekregen, maar dat had ik er graag voor over.
Bedankt Loutje, Polo, Paul, John, Reggie, Henkie, Corrie, Jan. Kapertje, Luuk, Drinkhill, Paalplatz, Schippertje, Gem, Sjakie en Dirruk voor die geweldige wedstrijd.



Wist u – dat tijdens een van de eerste wedstrijden tegen Alkmaar, toen nog een stelletje heikneuters, die met 70-0 ingemaakt werden, hun tightprop in onzachte aanraking kwam met de elleboog, of knie, van een van onze voorwaartsen, zodat de wedstrijd een kwartier gestaakt moets worden, om alle tanden van de man in het
hoge gras te gaan zoeken. Gelukkig was het zijn kunstgebit……..

Wist u – dat Dirk Ridder in de ouwe tijd een soort vergasser had gemonteerd op de waterleiding van het kippehok op het Zwarte Pad, teneinde een soort lauw water te krijgen. Maar het enige wat we kregen was veel stoom en teweinig warm water, zodat de meesten van ons naar huis gingen met de gasten om ze daar te laten douchen. . . . . . .

Wist u – dat in de tijd zonder poen, Victor Wijnberg en zijn vrouw Annelies belangeloos met een geleend kraampje langs het veld stonden om worst, erwtensoep, gehaktballen (allemaal gemaakt door diverse vrouwen cq moeders van de spelers) en allerlei andere zaken te verkopen, teneinde het kastekort van RCWF wat te verminderen . . . .

Een dagje Castricum en andere anekdotes uit de oude RCWF-doos.

Er werd mij van redactie-zijde verzocht, om eens wat aardigheidjes en onaardigheidjes op te diepen uit de tienjarige geschiedenis van RCWF voor het lustrumnummer van het RCWF-lijfblad ” De Scrum”. Ik geef hieraan gaarne gehoor en hoop, dat bij het lezen de oudere leden zich de gevallen weer voor de geest kunnen halen en achteraf met mij tot de konklusie komen, dat ook die periode een uiterst gezellige tijd is geweest.

Toen ik eind 1972 bij de club kwam en men mij vroeg om te helpen, de toen nog zeer jonge club verder op poten te zetten, aarzelde ik geen moment en zette mijn ( toen nog ongeschonden) schouders onder het karwei, met behulp van de ervaring opgedaan bij Ascrum in de daaraan voorafgaande periode.
De eerste training vond plaats op de ijsbaan van het Julianapark, waar zoveel keien tussen het gras lagen, dat je bij een tackle niet zozeer naar de tegenstander moest kijken dan wel naar de plaats waar je terecht dacht te komen. Want als je je knar tegen zo’n steen stootte lag je natuurlijk wel met je halve kop eraf. Maar ja, het was al fijn dat we ergens konden ballen.
De eerste de beste kerel die ik in die tijd op straat tegenkwam op straat werd zo
RCWF ingesleurd. Zijn naam Dirk Ridder, en ik geloof dat Dirk tot nog toe geen spijt gehad heeft van dat moment, alhoewel ik me wel kan voorstellen, dat er mensen zijn, die liever gehad hadden, dat ik Dirk toen m�ar op straat had laten staan.
Bij de zaterdagmiddagtraining op het Zwarte Pad stond eens een lange atletische vogel toe te kijken, kennelijk geinteresseerd en het duurde geen kwartier of hij stond in zijn gewone kleren en nette schoenen al ballen te roven uit de line-outs. Zijn naam, John Dudink, die meteen de zondag daarna zijn eerste wedstrijd speelde. Daar kan, achteraf gezien niemand bezwaar tegen maken, maar in die tijd was het woord vriendjespolitiek niet van de lucht en begrijpelijk, omdat ikzelf de opstelling ook maakte. Maar eerlijk is eerlijk ik kende John en Dirk niet langer dan ieder ander van de club.
In die tijd begon rugby als sport wat meer belangstelling te krijgen, onder andere ook omdat Hans Brian als sportkommentator zich altijd zeer had ingezet voor rugby. Op het Zwarte Pad kregen we steeds meer belangstelling, van alle voetballiefhebbers die eerst langs ons kwamen op weg naar de voetbalvelden en uiteindelijk niet meer weg te branden waren.
Sommige wedstrijden werden gespeeld met zoveel publiek, dat die mensen zowat binnen de lijnen stonden en honderden enthousiastelingen schreeuwden ons soms naar de overwinning. Techniek hadden we niet veel, maar werklust, vechtlust en een hoop energie wel te veel voor de tegenstander.
Er waren drie gangbare regels stelregels in ons spel: ten eerste, schoffel je directe tegenstander binnen vijf minuten tenminste een keer onder het gras met een korrecte doch forse tackle, jij raakte dat echt in de wedstrijd en hij raakte eruit, blijf jagen ook als je geen bal hebt, ook al lijkt het soms hopeloos en maak je tegenstander het spelen moeilijk, dan nei onmogelijk. En ten derde als je de bal dan eindelijk hebt, blik op oneindig, verstand op nul en naar de try-line van de tegenstander om te scoren op de snelst mogelijke manier. Daar zijn we toch wel een heel eind mee gekomen. Het enige vriendje dat ik ooit in het team heb gehaald, was een snelle, gemene, harde baas, die verdedigend goed was, maar een bal vangen, daar had hij nog nooit van gehoord. Vandaar dat hij op de wing gezet werd, met als voornaamste taak iedere tegenstander van het scoren af te houden. Auke van der Werff, zo heette hij, stond nog maar koud in de kampioenswedstrijd tegen Minerva, of een tegenstander wilde langs hem glippen met een side-step; hoe het precies ging weet ik niet maar de man ging op zijn muil, geschaard door de lange benen van onze onvolprezen wing. Referee Beb Borst, bij velen bekend als de bonte hond, kon niets anders doen dat Auke voor de rest van de match te verwijderen. Ben deed dat wel vaker en met plezier, lullige beslissingen nemen tegen RCWF, maar wij hebben ruimschoots onze revanche gekregen.
Castricum had RCWF en Alkmaar uitgenodigd voor hun lustrum, wat wedstrijdjes, een barbecue en een modern toneelstuk, dit alles met genoeg bier omgespoeld.
Het begon al slecht voor de gastheren, want ze verloren de wedstrijd tegen ons nogal overtuigend. En het bleef slecht gaan, want toen RCWF langs de barbecue was bleef er voor de andere gasten nog slechts servetten, mosterd en wat droog brood over, de rest was compleet soldaat gemaakt door de RCWF’ers.
En toen kwam het toneelstuk, wat regelrecht op een flop uitdraaide. Er zat een vent op het toneel op een plee, maar wel met zijn spijkerbroek aan, hetgeen door RCWF niet werd gewaardeerd. Er werd net zolang geschreeuwd totdat de spijkerbroek uit ging.
Toen was het hek van de dam, want nu begon iedereen(behalve de gastheren) te joelen en brullen, dat je niet in je onderbroek op een plee kan gaan zitten. Uiteindelijk
ging de onderbroek ook uit en dat had de man nooit moeten doen, want het gejoel en bier gegooi was helemaal niet meer te stoppen. De voorstelling werd afgebroken en we mochten toen zelf wat spelletjes gaan doen en één ervan was de vinding van Jan Sluimers, onvolprezen gastspeler en trainer voor een seizoen bij RCWF.
Henk den Boer, u allen welbekend, zou de sterke man gaan spelen, maar had een vrijwilliger nodig. Ja juist dat werd Ben Borst. Ben moest op zijn rug op de grond gaan liggen en Henk pakte hem als een veertje van de grond. Om het gewicht te vergroten, ging daarna Jan Sluimers op de schouders en bovenarmen van Ben zitten en ondergetekende op Bens benen en nu zou Henk den Boer ons alle drie van de grond tillen.
Maar Henk ging helemaal niet tillen, hij keek eens een keer naar Ben Borst die op zijn rug lag met Jan op zijn armen en mij op zijn benen, bestelde vijftien glazen
bier, opende de gulp van Ben, dien niets kon doen en goot de inhoud van alle vijftien glazen bij Ben zijn stampertje naar binnen. Ik heb nog nooit zo gelachen, wat zag die man er uit. Maatje pink en zeiknat, stinkend naar bier en toch nog dorst.

Wat te denken van al die wedstrijden op omgeploegde aardappelvelden, zoals bij de Meervaart in Amsterdam. Als verkleedplaats stonden we daar in een schoollokaal met één fonteintje, de modder en de plakken gras overal over de vloer. Ik vraag me af hoe die kinderen dat vonden, als ze de volgende dag hun plaatsjes op moesten zoeken tussen al die rommel.



Het bezoek van een Engels team tijdens een paasweekeinde bleek achteraf een groot succes. We zaten toen met de hele meute bij Fransje Boots in het Sneeker Veerhuis,
en een van de Engelsen begon ten aanschouwe van een paar nietsvermoedende oudere dames op een tafel tijdens het liedje Hay Ki Ki Tsumba een striptease uit te voeren en
nadat hij spiernaakt met zijn leuter in het bier had gehangen, werd hij zo de haven ingejonast. Daarna werd ons verzocht het etablissement niet meer te bezoeken.
Van die tijd af gingen we naar Ben Bruggeman en daarna naar Adri Braakman, de stadskroeg. Met een van de Engelse teams werd toen een streak uitgevoerd, twintig blote kerels rond de grote kerk en hoewel de pers aanwezig was, wilde niemand dit in de krant zetten omdat het nog een beetje te nieuw was voor het Westfriese Suffertje en het NoordhollandsNaaikransje. Men was in Amsterdam toen net met die sport begonnen. De politie heeft nog geprobeerd arrestaties te verrichten, maar niemand wist meer wie er nou gelopen had, nee sterker nog, wij hadden niets gezien, zodat de bonboekjes weer in de uniformen teruggingen .
Later werd het clubhuis de Instuif van Rob Henar, waar we menig glaasje bier weggespoeld hebben onder het zingen van de schoonste rugbyliederen.
En nu na tien jaar zitten we in de mooiste kantine en spelen op het beste veld van Nederland.
Een beter geschenk had RCWF zich voor haar tienjarig bestaan niet kunnen wensen. Proficiat RCWF en nog vele lustra

Jan Vlaskamp

JAN?? HET IS EEN BIZONDER KIND EN DAT IS HIJ


Wist u dat…

Wist u – dat op het Zwarte Pad altijd getraind werd, zelfs met een halve meter sneeuw en dat een van de echte trouwe participanten Cor Zwitser was, die altijd kwam…..

wist u – dat het nooit de eerste keer is geweest, dat Dirk Ridder uit het veld werd gestuurd en dat het ook nooit de laatste keer zal worden. Hii is nog taaier dan Heintje Davids indertijd.. ……

wist u – dat Dolf Wille van Ascrum ooit eens een try drukte op het Zwarte Pad en gelijk door de afrastering de sloot in donderde. Dat kreeg je ervan als je tegen RCWF een try maakte……..

wist u – dat Ben Borst voor RCWF de meest konstante scheidsrechter is geweest?
Je moest tenminste drie maal een geldige try drukken voordat hij er één goedkeurde….

Wist u – dat Jan Vlaskamp voor de tweede keer een wedstrijd vroegtijdig moest verlaten voor een bezoek aan het ziekenhuis, John Dudink hem afleverde en hem toe fluisterde ‘nou Opa, nou wil ik je alleen nog bij de trainingen zien, maar niet meer op het veld bij de grote jongens’………

Wist u – dat Luuk Trigalez en Dirk Ridder als tweede rijers elkaar voor de wedstrijd zowat castreerden, teneinde meer opgenaaid de wedstrijd te kunnen beginnen. . . . . . . . .




Wist u – dat tijdens het converteren op het Zwarte Pad, of de bal in de jonge aanplant verdween, of door de ruit van de bungalow van een erg lieve dame; RCWF vond de oplossing en spande oude visnetten voor haar ruiten, waarna in de volgende wedstrijd prompt haar dakpannen van het dak werden geschoten…..

Wist u – dat onze oude rivaal Ascrum in de beginperiode van RCWF eens het halve eerste team naar Hoorn stuurde, teneinde ons van het kampioenschap af te houden en hun eigen tweede team te laten promoveren. RCWF protesteerde, het protest en de wedstrijdpunten werden ons toegewezen, maar Henk den Boer, toen wedstrijdsecretaris, vroeg aan de bond of we de wedstrijd tegen Ascrum 2 opnieuw konden spelen, omdat we wilden laten zien, dat we beter waren en juist RCWF won en werd kampioen……




Redge Cureton



Ingezonden verslag van Redge Cureton, over de jaren dat hij voor R.C.W.F. gespeeld heeft.

Bron: “de scrum” 2e LUSTRUM 2-5-1972 — 2-5-1982

Toen ik in 1973 de beslissing nam om naar Nederland te gaan, dacht ik dat ik mijn laatste rugbywedstrijd gespeeld had. Maar tot mijn grote verbazing bleek men in Nederland ook rugby te spelen en bovendien ook nog in Hoorn. Voor mij leek het de allerbeste manier om voor mij en mijn vrouw een sociaal contact te leggen met de Nederlanders. Binnen een week hadden wij dan ook al uitnodigingen gekregen om diverse mensen zoals onder andere Henk den Boer, Luc Trigalez, Jan Baart, Henk Schipper, Hans Paalman te komen bezoeken en een vriendschappelijk contact te leggen. Dus vriendschap met diverse personen was zeer snel gemaakt. Ik heb het al eens eerder over Hans Paalman gehad, maar ik herinner de eerste keer dat hij bij ons op trainen kwam en hij zei” ik ben een honkballer” en daarop zeiden wij “kan jij een bal vangen?” Natuurlijk, zei hij, waarop wij hem enkele rugbyballen lieten vangen en wonder boven wonder hij ving ook nog alles. Toen besloten wij hem direct als full-back in ons team te installeren. En na wat later bleek, was er volgens mij geen betere full-back in die tijd.

Ook herinner ik me de komst van de toen nog erg jonge Cor Zwitser. Toendertijd droeg hij onder zijn kleding een stel beschermers voor zijn schouders wat in Australië wel mocht maar hier niet was toegestaan.

Ook herinner ik ,mij nog uit die tijd het eerste seizoen dat John Dudink bij de club kwam, toen moest ik zondags wel eens bij hem langs gaan om hem uit zijn bed te halen. Die tijd was John nog niet zo enthousiast, kun je je nu niet meer voorstellen..

De beste herinnering uit de eerste jaren bij RCWF was de allereerste tour naar Engeland. John Drinkhili was toendertijd captain van het team en hij was bang dat wanneer wij
in Engeland zouden arriveren de jongens van RCWF geen rugbysongs konden zingen.
Dus voor de tour zou aanvangen heeft John het initiatief genomen de jongens enkele rugbysongs te leren. En hij heeft toen ook een heel lied voor RCWF zelf geschreven,
dat luide als volgt;
West-Friesland hoor je overal
West-Friesland voortreffelijk aan de bal
We zijn de beste ploeg
Vooral in de kroeg
,En Oh wat kunnen ze…..
Zo gingen wij met petjes klompen en bier in de bus naar Good Old England.
Toen begonnen de jongens te zingen en hebben dat drie volle dagen vol gehouden en zijn niet eerder gestopt voor dat ze weer in Nederland waren.Er werd niet alleen gezongen tijdens de busreis maar onze supporter Adrie Braakman heeft de gehele tour ons geamuseerd met het vertellen van vele moppen. Ik was er niet van op de hoogte dat
er zo veel moppen bestonden.
De allereerste wedstrijd in England was tegen Chinford ten noorden van Londen.
De eerste speler die uit de kleedkamer kwam was Wijnand ( 2meter 10 lang en toen nog 125 kg ) en daar stonden toen twee Engelse tegenspiers te wachten en die zeiden tegen elkaar” heb je die vent gezien?” waarop John Drinkhili reageerde en zei, hij is nog maar onze hooker, wacht maar tot jullie onze props zien.
Wijnand heeft ook na de tweede wedstrijd grote indruk gemaakt, wij zaten daar rustig aan de bar te drinken toen de barman zei, is er iemand van jullie die bier erg snel
zou kunnen opdrinken, waarop Wijnand antwoordde met, ja ik misschien wel.
Toen kwam de barman met een glas van l liter terug waarop hij zei, het record staat
op 12 seconden, kan je dat verbeteren?
Ik zal het proberen, zei Wijnand, waarop hij het glas aan de mond zette en hij had het glas al leeg voordat de barman zijn stopwatch kon indrukken. Had je toen het gezicht van de barman moeten zien. Ik heb al 17 jaar achter deze bar gestaan maar dit heb ik nog nooit meegemaakt zei hij.


RCWF-HBC Zwarte Pad 74-75 van links naar rechts Nico de Boer, Henk den Boer, Dirk Ridder, Lou Neefjes,John Dudink, Gem Doodeman, Luc Trigalez, Jan Kaper


Tijdens het weekeind waren wij te gast bij studenten, die ons onderdak en slaapgelegenheid verschaften. Ik was in gezelschap van Luc Trigalez, Witlem Bouter, Lou Neefjes,- Rob Henar en…..Het huis was steen en steen koud en we waren ook niet in de gelukkige omstandigheid dat er bedden waren, zodat Willem zich op twee stoelen nestelde en zo trachtte de nacht door te brengen.
Lou Rob en … waren op de grond gaan liggen en Luc ( mijn grote vriend) en ik
waren op een bank gaan liggen. Het was enige tijd erg rustig tot Lou een wind ( scheet) liet, waarop iedereen in lachen uitbarstte, wat zeker I tot l,5 uur duurde, in die tijd piste ik in mijn broek van het lachen. Na enige tijd had Rob er wel genoeg van en ging op zoek naar een bed ergens boven.
Deze vond hij dan ook en kwam bij ons terug met de mededeling dat hij een bed had
gevonden, waarop hij zich nestelde.
Maar na een uur kwam er een student thuis die niets met de rugby te maken had en die vond Rob in zijn bed. De knaap heeft toen zelf maar op de grond geslapen ( aardig zijn die Engelsen toch he )

De wedstrijden gingen echter wel verloren, maar na de wedstrijd waren we zeker kampioen wat het zingen betreft.
Na ons deze dagen voortreffelijk te hebben geamuseerd brak ook weer de tijd aan voor ons vertrek. We waren net buiten Sheerness waar we de bus lieten stoppen daar we een straatnaambord zagen liggen met opschrift” Queensbury-road” waarvan wij dachten dat het wel leuk in onze kantine zou staan. Dus Hans en Luc hebben het bord meegenomen
de bus in, wat door een toevallige voorbijganger was gezien die terstond de politie waarschuwde. Dus toen we in Sheerness arriveerden werd de bus door de plaatselijke politie tot stoppen gebracht.
Iedereen moets de bus uit waarop door de politie het bord uit de bus werd gehaald, men kon de grap echter wel waarderen. Jan Baart en John Drinkhili moesten zich voor deze daad verantwoorden tegenover de politie, maar na een waarschuwing van hun zijde konden we weer verder gaan.
Na het geweldige zingen tijdens de tour dacht ik , dat in de toekomst dit na elke wedstrijd wel doorgang zou vinden maar helaas, toen men op eigen bodem terug was, was het zingen ook geheel voorbij.

Al met al zijn er zo veel dingen die ik eigenlijk nooit zal vergeten bij RCWF, zoals de tweede wedstrijd in het seizoen 73-74 tegen Ascrum en Leidse Studenten toen er zo’n 200 ?300 mensen langs de lijn stonden. Maar ook zeker de trieste wedstrijd tegen Wageningen toen Jan Vlaskamp zijn sleutelbeen brak, wat voor hem eigenlijk het einde van zijn rugby-carriere was.
Ook vergeet ik nooit de wedstrijd tegen de Rams op Hoorn 80 toen John Dudink die zich tijdens deze wedstrijd zich niet voor 100% maar voor wel 300% heeft ingezet en alles probeerde om deze wedstrijd winnend af te sluiten, wat echter niet lukte. Waarna hij huilend van het veld kwam, waarop ik wist dat hij ons zou verlaten om naar AAC te gaan.

Ook de wedstrijd tegen HBC was een ongelooflijke zaak, terneer we met Luc Trigalez en Ed Bechthold als eerste en tweede center de wedstrijd startte. Tijdens deze wedstrijd was het een prachtig gezicht om de side-steppende Luc Trigalez ( normaal tweede rijer) 5 try’s te zien scoren en ook nog eens
12 convertions te zien maken, waardoor hij nog steeds het individuele record aantal punten heeft ( 44 stuks) De wedstrijd werd ook met een record score gewonnen n.l. 98-0.
Ook vergeet ik nooit dat ik in tegen AAC, wat tevens voor mij RCWF, maar ik heb zoveel leuke zal blijven.
West Friesland

het vorig seizoen mijn enkel brak in de wedstrijd het einde betekende van het rugby spelen voor herinneringen, dat dit mij nog lang bij

bedankt voor al die fijne jaren.

Redge Cureton



John Dudink


Ingezonden verslag van John Dudink, over de jaren dat hij voor R.C.W.F. gespeeld heeft.

Bron: “de scrum” 2e LUSTRUM 2-5-1972 — 2-5-1982
—–
Toen mij gevraagd werd, of ik een verslag wou schrijven over het 10 jaar bestaan van onze club, dacht ik: Ja,natuurlijk” maar waar moet ik beginnen. Want er is zoveel gebeurd in de laatste jaren. Ik weet nog goed hoe ik bij R.C.W.F. verzeild raakte, m n zwager Cees Broers( Uw allen bekend) was gaan rugbyen en dat was een hele sensatie zo’n 8 ?9 jaar terug. Cees altijd in voor een geintje, zei een keer van: John: kom op! jij moet gaan rugbyen met dat lange lijf. Dus ik een keer mee te trainen, dat was toen op een zaterdagmiddag op het zwarte pad.

Toen wij daar aankwamen ging Cees zich omkleden maar ik bleef eerst maar eens rustig kijken langs de lijn. Daar op het veld stond een
man training te geven op een manier als of het een commando training was. Wat ging die kerel tekeer, hij schreeuwde zo hard, dat de mensen van de Emmalaan en de Schoutenstraat hun radio wel uit konden doen.

(Deze kerel was Jan Vlaskamp) Toen ik een tijdje had staan kijken, kwam die man op mij af en zei toen van; !!Zo kerel welkom op de club, ik heet Jan en daar moet je je eigen verkleden dus doe dat dan!!.Vijf minuten later stond ik op het veld, de trainer had gezegd dat
ik een geboren Lock was, dat had hij al gezien maar ik had nog steeds geen bal aangeraakt.
De ploeg ging trainen dus ik ook. Ik wist totaal niets van rugby af, maar dat leert vanzelf had Jan Vlaskamp gezegd. Er werd af en toe
een bal naar mij gegooit en die ving ik ook nog, dus schreeuwde Jan; Prima kerel voor in de line-outs. Ik wist geen eens wat dat was. De volgende dag, zondag dus moest er gespeeld worden en ik moest er gelijk aangeloven. Vanaf dat weekend is rugby een belangrijk deel van mijn leven geworden.

Ik heb met zoveel schitterende mensen gespeeld bij R.C.W.F. om er maar eens een paer tenoemen; Henk den Boer (toen het geheime wapen bij de club), Luc Trigallez, Jan Kaper, Paul Murray J Gem Doodeman, Bob Wijnberg, Hans Palman, John DrinkhilI, Jan Baart en zo kan ik er nog wel meer maar ik noem nu een paar namen die mij zo te binnen schieten van oudere jongens, of mensen die met de jaren weg zijn gegaan.



Er zijn er natuurlijk veel meer, maar die kan jij niet allemaal gaan opschrijven. We hebben als club veel meegemaakt de afgelopen 10 jaar. Ik weet nog goed de eerste rugby toer van R.C.W.F. naar Engeland die toen was georganiseerd door John Drinkhill.
Het was een hele goede toer voor iedereen, maar ?n deel moet ik er even van vertellen. De eerste wedstrijd die we toen speelde in Engeland ging wat moeizaam want wij kwamen er de eerste 45 minuten niet aan te pas ( waarschijnlijk de oorzaak van het Engelse bier ).
Maar toen in de tweede speelhelft werd er een bal snel uitgespeeld naar onze wing Sjaak KarsteIl. ( nu spelend als ‘flanker)
Sjaak was zo blij dat er eindelijk een bal bij hem kwam, hij zette het op een lopen met de nodige bewegingen en ging richting try-line. Maar Sjaak was blijkbaar zo blij dat hij de try-line voorbij rende en richting het 2e veld ging, achter hem schreeuwde wij: Sjaak
ga liggen, en dat deed hij dan ook alleen achterde lijn van het dead-bal gebied. De scheidsrechter kon Sjaaks ijver wel waarderen en keurde de try toch goed.

Maar ook moeten de moeilijke jaren worden vermeld. Dat waren de jaren op het industrieterrein Hoorn-80, ons veld was waar nu de Enkhuizerhouthandel staat. In die tijd moesten we ons omkleden in een school tegenover het streekziekenhuis, en dan met auto’s naar Hoorn-80. In die tijd konden we met moeite een team op de been brengen. Maar gelukkig waren er een paar kerels die vooral toen in het bestuur zaten ( want dat was geen pretje) die alles draaiende hielden. Om er een paar te noemen, Jan Vlaskamp, Dirk Ridder, Lou Neefjes, Jan de Haas, Henk den Boer, John DrinkhilI enz. enz..

Wat ook niet vergeten mag worden te vermelden, is waar we ons pilsje gingen drinken met de tegenstanders, dat was bij Rob Henar op het Nieufuland waar we altijd welkom waren, en waar we heel wat gezellige uurtjes hebben doorgebracht. Wat ook veel problemen gaf, was het trainen in die tijd, want we trainde op de ijsbaan waar meestal zo’n 10 ?15 cm water lag, sommige van ons trainde zelfs met vuilnis zakken om hun rugby-kicks om maar’ droge voeten te houden.

Maar ook in deze tijd bleven de leden de club trouw. Toen brak voor R.C.W.F. een nieuw tijdperk aan. De club kreeg een eigenveld in
de Risdam – Noord ( waar we nu zitten ). Maar dat ging zomaar niet, want er moest een heleboel zelf gedaan worden, zoals het bouwen van ons schitterende clubhuis, en de ruime kleedaccommodatie enz.. Dit ging wel in samenwerking met nog twee clubs, maar ik geloof dat het zonder onze jongens en hun verschrikkelijke inzet niet was geworden wat het nu is.
Dat het spelpeil tijdens de bouw van het clubhuis nogal was achteruit was gegaan was logisch want meestal werd er doorgewerkt.
Na deze periode werd het spel van R.C.W.F. steeds beter en dat werd beloond met het kampioenschap van de eerste klasse in het
seizoen 80/81.
Nu speelt R.C.W.F. Promotie klasse, dat is de op ?n na hoogste klasse in Nederland, en niet zonder succes want we hebben bijna iedereen verstelt doen staan doorons goede spel.
Toen ik dit stukje schreef stonden we zelfs op een gedeelde tweede~ plaats, dot na de overwinning op Te Werve in Rijswijk.
Dat er toekomst is voor R.C.W.F. is nu wel duidelijk, als we zien wa’ er in het 2e en 3e team speelt.
Er is talent genoeg aanwezig, alleen nog een tekort aan ervaring.
Ook heeft R.C.W.F. een Coltsteam dat zijn jongens van 14, 15, 16 jaar,- en niet te vergeten de Mini’s die volgend seizoen met twee teams
gaan draaien.
In deze jongens ligt de toekomst. Maar ook ons eerste team is pittig aan het verjongen, en dit samen sommige spelers met ervaring is de formule voor een goed team, een team zoals het nu draait in de promotie klasse Noord.
En wie weet binnen korte tijd zelfs in de Ereklasse. .

John Dudink.


John Drinkhill


Mijn eerste kennismaking met RCWF was aan het eind van het seizoen 1973-1974. Het lag in de bedoeling dat ik voor het tweede team van mijn toenmalige club NFC tegen
de kersverse C-poule kampioenen zou spelen, maar het pakte zoals zo vaak in die dagen wat anders uit. Weliswaar waren er 30 spelers aangekomen voor dit vriendschappelijke partijtje, maar 16 waren NFC’ers en 14 West-Friezen. Hierdoor speelde ik mijn eerste wedstrijd voor West-Friesland, wat tevens het begin was van een reeks wedstrijden over een periode van 5 jaar.
Ik meldde me het volgende jaar meteen als lid aan en tot mijn verbazing werd ik tot aanvoerder gebombardeerd. Hoewel ik van verbazing spreek, kan ik achteraf wel begrijpen hoe deze situatie tot stand is gekomen. Mensen die toendertijd de stommiteit begingen om eens een keer te laten vallen dat zij iets voor de club zouden willen doen, werden dan ook gelijk aangepakt. Zelfs door te pleiten dat je toen zwaar onder invloed was, geen verstand van rugby had en nogal last ondervond van je houtebeen, kon dit de nare consequenties niet voorkomen.

Zodoende zat ik ermee, maar er waren wel verzachtende omstandigheden. zoals bijvoorbeeld de nieuwe faciliteiten op ‘t Zwarte Pad. De koude kraan was namelijk vervangen door drie douches die soms warm waren als iemand zich herinnerd had om de gasfles te vernieuwen. Omgebogen spijkers maakten plaats voor echte kleerhaken en het afgedankte tuinhok dat als omhulsel voor deze luxe fungeerde, kreeg een nieuw kleurtje.

Het veld waarop gespeeld werd, was helaas een klein beetje korter dan de gestelde eisen ( ongeveer 25 meter), maar het was mogelijk om te rugbyen en dat deden wij
dan ook. Het was een echt thuisveld en voor tegenstanders die niet bekend waren met de heersende omstandigheden, hadden wij een aantal verrassingen in petto. De vreugde van bezoekers die het aandurfden om tries tegen ons te scoren, werd vaak abrupt afgekoeld als zij onder het hek doorschoven en in de naastgelegen sloot belandden. De afstand tussen de try-lijn en het hek was namelijk een meter of twee en dat betekende dat alle schoppen richting palen over het hek heengingen.
Aangezien niemand in die dagen conditie bezat om te lopen, werd er een gat in het hek gemaakt om zo de ballen gemakkelijker terug te halen. Het is verbazingwekkend hoeveel tegenstanders dat gat wisten te vinden.
De RCWF’ers van het eerste uur zullen zich ook herinneren dat één van de belangrijkste posten op de jaarlijkse uitgaven van het bestuur bestond uit het betalen van gebroken ramen en tuinkassen van de omringende huizen, en het vervangen van ballen die ontaarde buurtbewoners nooit teruggaven.

Ondanks de barre omstandigheden waren het gezellige dagen toen. De derde helft werd lustig gevierd in het Sneeker Veerhuis aan de haven en later bij de troubadour op
de Bierkade, na een poosje te hebben vertoefd in de kantine van Always Forward.
Mede dank zij de agstvrijheid van de eigenaren was het elke thuiswedstrijd feest en RCWF verwierf een grote reputatie als gastheer. Behalve het feit dat deze zondagavonden een hoop gezelligheid bezorgden voor alle deelnemers, werd ook een stuk promotiewerk verricht. RCWF werd in het begin niet bekend door haar Rugbyniveau maar door haar bijdrage aan het bestaansrecht van de plaatselijke horecabedrijven. Het werd mij toen ook duidelijk dat de belangrijkste eigenschap van een bestuurslid was, het tonen van enig spraakvermogen na zes of zeven uur in de kroeg te hebben gestaan. Ik geloof dat 75% van de toenmalige leden in de kroeg zijn gerecruteerd.

Veel veranderingen hebben sinds deze peuterjaren plaatsgevonden en RCWF is nu uitgegroeid tot een volwassen vereniging met een waardige plaats in het Nederlandse rugbygebeuren. Wat het spelniveau betreft had niemand 8 of 9 jaar geleden durfen voorspellen dat het eerste nu in de promotieklasse zou spelen en er is nog voldoende tijd om het voorbereidende werk te verrichten voor de laatste stap naar de ere-klasse. De vereniging kan ook wel trots zijn op de huidige faciliteiten, er zijn niet veel betere in Nederland.

Het beoefenen van de rugbysport is voor de echte liefhebber echter niet afhankelijk van de omstandigheden waaronder gespeeld wordt en slechts ten dele van de individuele en/of teamspelniveau. Een belangrijke factor is, en blijft hopelijk, de gezelligheid binnen de vereniging, de saamhorigheid tussen de spelers, ook de wat minder begaafden en het respect voor tegenstanders en de scheidsrechter.

Ik hoop dat RCWF in de komende jaren ook mee zal werken om in Nederland een beetje van de oude sfeer en traditie, die een beetje verloren zijn gegaan tijdens de dramatische groei van de afgelopen jaren, terug te brengen in de rugbysport. Ik geloof dat dit 10-jarig lustrum daar een bijdrage aan zal leveren en wens alle leden en andere betrokkenen een gezellig feest toe.

John Drinkhill


Albert Jonker

Ingezonden verslag van Albert Jonker die al vanaf de begin jaren erg nauw bij de Rugby Club West-Friesland betrokken geweest is.

Bron: “de scrum” 2e LUSTRUM 2-5-1972 — 2-5-1982

Rugby toen.

Samen met mijn collega Jan Bos, melde ik mij in 1973 aan bij Henk den Boer om wat informatie over rugby te vergaren. Daar Henk de minste moeite had om iemand enthousiast te maken als het rugby betrof, werden wij diezelfde avond nog lid van Rugby Club West-Friesland.Eenmaal op de training verschenen was ik gelijk besmet met rugbybaccillen en ben er tot op heden nog niet vanaf gekomen. De club had één competitie gedraaid en kampte met een tekort ledenaantal, waardoor lid worden inhield, dat je gelijk kon spelen in het eerste en tevens enigste team.

Daar men die tijd redeneerde van aldoende leert men, werden er mensen opgesteld die nog nooit een rugby-bal gezien laat staan gevoeld hadden, als het team maar compleet was. De training vond plaats op de oude ijsbaan, omdat de hockeyklub de zomermaanden over het veld aan het Zwarte pad beschikte. Eenmaal met de kompetitie gestart in de C-poule, bleek al gauw dat de
voorwaartsen gebrek hadden aan een prop van het formaat Henk den Boer. Omdat ik die tijd met Lou Neefjes werkte, nodigde ik hem uit eens een trainings avond bij te wonen, om het rugbyspel te leren ervaren. Na één training moesten we zondags onze eerste uitwedstrijd tegen de Leidse Studenten spelen.

Lou zou meegaan om het een en ander in de praktijk te zien, doch bij gebrek aan een speler werd hem verzocht zich te verkleden en het maar te proberen. Als Westfriese Boeren betiteldt starten wij de wedstrijd om het er het beste van te maken. We verloren met 10-4, doch door de goede inzet bleef de schade beperkt. ( achteraf waS dit de enigste wedstrijd die we zouden verliezen.)

‘s Maandags op het werk aangekomen kwam ik Lou tegen zo stijf als een plank, die mij te kennen gaf dat rugby alleen maar slecht voor een mens kon zijn en hij er dan ook geen brood in zag.
Gelukkig voor Lou en ook voor R.C.W.F. knapte hij gauw op en wilde het nog weleens proberen. Dit proberen heeft hij volgehouden tot het 10 jarig jubileum en als je het mij vraagt ook nog wel tot het volgend jubileum. Tijdens het verloop van de kompetitie kregen wij spoedig versterking van diverse nieuwe leden, die nog furore zouden maken bij de klub. Enkele spelers waren: Reg Cureton, met grote letters in de krant aangekondigd als de snelle jongen uit Engeland. Cor Zwitser een 15 jarige jongen die 7 jaar rugby in Australië had gespeeld en waarvan men veel verwachte. Jan Vlaskamp, de spelbepaler en oud international. Zijn
wil was voor de spelers wet. Hans Paalman, een prima full-back die later de honkbal weer opzocht.

De kompetitie ging voor de wind en praktisch alle wedstrijden werden in een overwinning omgezet. Tijdens de kompetitie werden we getroffen door autoloze zondagen, zodat de ploeg per trein naar de tegenstander ging, wat inhield dat de mentale voorbereiding al in de treincoupe werd gedaan. De training vond in de winter plaats op het Zwarte pad. Bij gebrek aan verlichting verkleden wij ons bij het licht van een camping gaslamp, beschikbaar gesteld door een verwoed kkmppeerder. De kleedruimte was 2t x 6 m. , voorzien van één douche gestookt op butaan- gas die het zomers verdomde om 30 spelers te reinigen en waarvan ‘s winter de leidingen bevroren waren. Daarom moest na afloop van een wedstrijd de tegenstander mee naar huis genomen worden om te douchen.

Later mochten we ons bij Forward verkleden en douchen als daarvoor kleedruimten vrij was. De laatste wedstrijd in de C-poule ging tussen R.C.W.F. en A-Scrum en was beslissend voor het kampioenschap.
Omdat A-Scrum deze wedstrijd eerder met 6-10 gewonnen had, maar door protest van R.C.W.F. moest overspelen, beloofde het een zware strijd te worden.

Onder toejuiching van 400 man publiek werd A-Scrum met 10-4 verslagen en kon R.C.W.F. zijn kampioenschap gaan vieren in het Sneeker Veerhuis.

Albert Jonker.


L.P. Neefjes

Naar een volwassen club.

Ook de secretaris komt er niet onderuit een stukje te schrijven ter gelegenheid van het 10 jarig bestaan van R.C.W.F.
Een naam die na vele jaren eindelijk begint door te klinken in West-Friesland. Een naam die ook nauw verweven is met de sportactiviteiten van de schrijver van dit stukje. En nog geen moment spijt heeft gehad dat hij deze sport in ’73 is gaan beoefenen al hoe wel hij van de andere activiteiten die een club nu eenmaal met zich meebrengt een menig grijzer haar begint te krijgen.
Nu kun je met zo’n jubileum terug gaan in nosstalgie of meer vooruit kijken hoe het de komende jaren de club zich zal moeten
ontwikkelen. Terug in de tijd zal wel door vele andere schrijvers worden gedaan dus hoef ik daar weinig aan toe te voegen al hoe
wel sommige dingen en gebeurtenissen je altijd zullen bijblijven. Dingen die je met een aantal van de overige leden van de club
samen heb opzet meegemaakt en vele- vele wedstrijden met elkander door inzet steeds meer met resultaat kon afsluiten.
En elk nieuw seizoen dan met veel optimisme kon starten omdat een kern van spelers en leden zich dan weer voor 100% ging inzetten.

Voor de club die de naam R.C.W.F. meer met trots en elan begint te dragen. En dat we dan weten kijk al die inspanningen zijn
niet voor niets geweest. Het meeste wat me gebonden heeft aan R.C.W.F. is wel de echte west-friese-mentaliteit, veel kankeren ieder op zijn eigen
manier maar als de punt op de I moest dan waren we er zowel voor de club als in de wedstrijden. En de tegenstander wist dan
heel goed dat R.C.W.F. weer eens op visite geweesr was en de koeien om vijf uur al gemolken waren. Zoals de Leidse Studenten
voor de wedstrijd eens heel schamper opmerkte, en dachten te winnen met gemak, mis !!!!!…
Daarom zien ik met vol vertrouwen de komende jaren tegemoet, omdat dan de mentaliteit niet praten en zeuren maar doen er weer
vele positieve dingen voor de club komen.

Dingen die dan gerealiseerd moeten worden door wat nu de jonge-kern is, jongens die nu een paar jaar of net bij R.C.W.F. zijn.
Het een meer volwassen gezicht geven aan de club door uitbreiding van meer teams — colts — jeugd, aantrekken van nieuwe leden die
dan ook kennis kunnen nemen van een van de betere teams sports die er bestaan.
Namelijk geen schakel in het team kan gemist worden voor een goed resultaat zo ook is dit het voor R.C.W.F. met ze allen
de inzet geven die de club een opwaartse stoot zal geven in de rugby wereld. En terdege rekening houdt met die club uit Hoorn.
Wat we nu opgebouwd hebben door de jaren krijgt nu weer een herhaling wat betreft het clubhuis. Want de grootste wens is wel
een eigen home en 2 speelvelden. En net zoals we in de afgelopen jaren een goede samenwerking en steun van de Gemeente Hoorn
hebben gehad, zal dit de twee komende jaren weer van enorm belang zijn. Willen we onze wensen in nauwe samsnwerking met de
Gemeente tot een nieuw rugby complex in de Kersenboomgaard gerealiseerd zien.

Wel of niet met de Coenschutters die ook nu deel genoot zijn van onze kantine anex complex. Daarom zijn de komende jaren gewoon van belang met het bestuur goed gesteund in woord en daad door de leden. De hindernissen die de komende jaren zeer zeker gaan komen met gemak te nemen, zodat als de club 10 jaar verder is dan weer met gepaste trots achter omgezien mag worden.
Zoals we nu misschien een heel klein beetje mogen doen. En als ik dan over 15 jaar met grijs haar wat dan na 25 jaar clubgebonden
zeker zal zijn met een paar oud leden langs de kant zal staan en zeggen na de wedstrijd als R.C.W.F. weer een ere klasser
heeft verslagen, kijk al die inspanning vanal die ledendoor de jaren heen is niet voor niets geweest en kunnen we toch een
beetje trots huiswaarts keren.
DUS is de toekomst afhankelijk van de nu jonge leden mede gesteund door met een beetje meer ervaring van de oude leden. Voor de rest wil ik R.C.W.F. voor alles wat het de afgelopen jaren me aan wedstrijden–tournooien–tours heeft geboden, toewensen laten we zo doorgaan en de komende 10 jaar met succes volmaken.

secretaris,

L.P. Neefjes.


WIST U

Dat wij ons vroeger met koud water wasten
Dat wij met twee en dertig man op veertien m2 ons verkleden moesten

Dat wij met drie man evengoed gingen trainen
Dat onze eerste wedstrijd tegen een Engels team was
Dat Frans Bouchier altijd met stenen tegen het raam geroepen werd

Dat Johan Zuidweg altijd nog vol en slapend meeging
Dat Hans de Boer nog een grotere mond heeft dan broer Jan
Dat Henk den Boer eens een heel team te slapen heeft gehad

Dat Jan Kaper om half vier met de laatste van de eendenjacht kwam

Dat Henk Schipper netjes geknipt en gewassen op de training kwam

Dat Titus Steenhuizen altijd de laatste was
Dat de rugbyclub meer dan drie honderd (leden) heeft gehad
Dat je altijd kon horen als Jan Vlaskamp langs de lijn stond
Dat Vic en Annelies Wijnberg een worstenkraampje hadden aan het veld

Dat Toos Zwitser met een paraplu de wedstrijd probeerden te winnen
Dat WESTFRIESLAND EEN VERDOMD VIJNE VERENIGING IS